Als we het over de geschiedenis van galvaniseren gaan hebben, dan gaan we terug naar de 18e eeuw. Luigi Galvani ontdekt in 1780 dat de spieren van een geprepareerde kikkerpoot zich aantrokken als deze onder invloed werden gebracht van statische elektriciteit. Dit was de basis voor alle elektrische processen.

Nadat een graaf uit Italië genaamd: Alessandro Volta de batterij uitvond werd het galvaniseerproces ook praktisch uitvoerbaar. Rond 1838 ontdekte Moritz Hermann von Jacobi het eerste principe van de galvanoplastiek. Dit was een methode om afbeeldingen van voorwerpen in metaal te krijgen door middel van elektrolyse. Met deze techniek ontwikkeld hij grafische drukplaten.

In 1838 begint het bekende bedrijf WMF met galvanoplastiek op industriële schaal. Hierbij heeft men complete koperen deuren gevormd. Robert Wilhelm Bunsen lukt het als eerst om chroom neer te doen slaan in 1854. Dertien jaar later in 1867 ontwikkelde Siemens een dynamomachine, die de techniek van galvaniseren nog een duwtje in de rug geeft. Door de verschillende ontwikkelingen lukt het in 1900 om nikkel te doen neerslaan en 10 jaar later in 1910 wordt anodiseren geïntroduceerd. Het op grote schaal galvanisch verchromen gebeurt in 1924 en na de Tweede Wereldoorlog werd chemische nikkel op de markt gebracht.

Tegenwoordig zijn er strenge regels verbonden aan het galvaniseerproces, vanwege de grote milieubelasting die het met zich meebrengt. Er worden milieu vriendelijkere grondstoffen gebruikt en schadelijke stoffen zoals cyanide, 6-waardige chroom en hoge concentraties ontvettingsmiddelen worden veel minder gebruikt.